Evolutie en Gods karakter (3)

Door: Rik Peels
Dit artikel is gepubliceerd op geloofenwetenschap.nl, een initiatief van Forum C
Beeld: via geloofenwetenschap.nl


Deel 3: Drie reacties die (mij) samen overtuigen

In dit driedelige opiniestuk vraag ik me af hoe het evolutionaire proces waarin de best aangepasten geselecteerd worden zich verhoudt tot Gods karakter zoals dat in het christelijk geloof omschreven wordt: God als iemand die opkomt voor de zwakken en kwetsbaren. In deel 1 omschreef ik dit probleem, in deel 2 besprak ik enkele oplossingen die mijns inziens niet overtuigen. In dit derde en laatste deel doe ik drie voorstellen die volgens mij samen een bevredigend antwoord bieden op de vraag waarom God een evolutionair proces heeft gebruikt of toelaat.

De sceptische reactie

Het eerste antwoord is in zekere zin sceptisch: we moeten voorzichtig als het gaat om wat we denken te weten over wat mogelijk was voor God. In de literatuur over het probleem van het kwaad wordt vaak the-only-way argument gegeven: het zou goed kunnen dat evolutie voor God de enige manier was om de huidige biodiversiteit, inclusief de mens, tot stand te brengen. Misschien zijn de alternatieven fysisch of metafysisch onmogelijk. Kijk in het YouTube-filmpje How Wolves Change Rivers (13 feb. 2014bijvoorbeeld eens naar de verstrekkende gevolgen van predatie door wolven in Yellowstone Park, een klassiek geval van willekeurige mutatie en natuurlijke selectie. Aanhangers van dit argument zijn Nicholas Southgate, Holmes Rolston en Robin Attfield. Hier zou ik nog iets voorzichtiger willen zijn dan de aanhangers van the-only-way argument. Ik zeg liever: het zou goed kunnen dat het evolutionaire proces beter dan of even goed als de alternatieven was die God tot zijn beschikking had. God had wellicht de soorten direct kunnen scheppen zoals ze nu zijn. Maar dan was de schoonheid en goedheid van een zichzelf ontvouwende schepping er niet geweest. En misschien was Gods bestaan dan zonneklaar en daarmee te duidelijk geweest; iedereen zou zich dan immers afvragen waar alle soorten opeens vandaan kwamen. En God kan goede redenen hebben om zijn bestaan niet bij voorbaat voor iedereen glashelder te laten zijn; misschien is er grote waarde gelegen in een weg die mensen gaan waarin zij God zoeken en misschien zouden mensen uit verkeerde motieven het goede doen als Gods bestaan overduidelijk was, bijvoorbeeld louter om God te behagen of uit angst.

Gods karakter heeft ook een machtige en glorieuze kant

Ten tweede is God niet alleen de God van het kruis – de God van de weduwen, wezen, zieken, eenzamen, zwakken – maar ook de God van kracht en glorie. Er zijn in de Bijbel allerlei teksten die deze kant benadrukken. God is ook de God van de brullende leeuwen (Psalm 104: 21; 147:9; Job 38:39-41; 39:30). God openbaart zich in de dood van Christus, maar net zo goed in zijn opstanding in heerlijkheid. God zal terugkomen in majesteit, met trompetgeschal. Op zich lost het feit dat God ook deze andere kant heeft het probleem nog niet helemaal op. Maar het maakt het bestaan van een evolutionair proces wel waarschijnlijker: God heeft immers ook de sterke, overwinnende kant van de overlevers in het evolutionaire proces; God is in zekere zin – om maar eens een beeld van C.S. Lewis te gebruiken – ook een brullende en verscheurende leeuw. Belangrijk is bovendien dat God in deze wereld opkomt voor de weduwen en wezen juist omdat er in deze wereld kwaad is waardoor de weduwen en wezen en andere kwetsbaren vaak het onderspit delven. Het is goed mogelijk dat er niets aan het zwak zijn op zichzelf is dat God liefheeft of aantrekt.

Het evolutionaire proces als toneel waarop wij handelen

Het derde antwoord is wat speculatief, maar, zoals gezegd, kun je het goed opvatten als een mogelijkheid die in combinatie met het eerste en tweede antwoord geopperd wordt. God heeft voor een evolutionair proces gekozen omdat alleen tegen zo’n achtergrond – of zo’n soort achtergrond – mensen werkelijk kunnen kiezen om goed of kwaad te doen. Ik zal uitleggen wat ik hiermee bedoel. Ik betwijfel of het mogelijk is maar stel dat de natuur de voorkeur zou geven aan het zieke en zwakke. Dat zou betekenen dat ook wij van nature de neiging hebben om te zorgen voor de zieke en de zwakke. Je zou dan je best moeten gaan doen om immoreel te handelen. De situatie in de huidige wereld met haar evolutionaire proces is echter dat we allerlei slechte en egoïstische verlangens en intenties hebben – dat is gelukkig maar een deel van ons, maar het is er wel. We hebben ook een altruïstisch deel dat het goede voor de ander zoekt, maar dit is heel wat sterker waar het onze directe familie betreft dan als het gaat om vluchtelingen. Moreel gedrag of het goede doen vereist moed en opoffering, een radicale keuze, juist vanwege het evolutionaire toneel in onszelf – in ons hart, zo je wil – en in de wereld om ons heen. Werkelijke verantwoordelijkheid en moreel leven worden daarmee een reële mogelijkheid.

Kort door de bocht, maar wel raak, wordt dit door Terrence Malick in zijn film The Tree of Life als volgt omschreven: ‘The nuns taught us there were two ways through life—the way of nature and the way of grace. You have to choose which one you’ll follow… Grace doesn’t try to please itself. Accepts being slighted, forgotten, disliked. Accepts insults and injuries… Nature only wants to please itself. Get others to please it too. Likes to lord it over them. To have its own way. It finds reasons to be unhappy when all the world is shining around it. And love is smiling through all things…’

Slotsom

De vraag hoe het karakter van de God van het kruis zich verhoudt tot het evolutionaire proces is onderscheiden van andere, klassieke vragen, zoals bijvoorbeeld hoe de goedheid van God zich verhoudt tot lijden, inclusief evolutionair lijden. Hier gaat het om het probleem waarom een God die consequent voor het kwetsbare en zwakke kiest een evolutionair proces gebruikt of toelaat waarin de sterke of best aangepaste overleeft. Een overtuigende reactie op dit probleem neemt volgens mij in ieder geval de volgende drie dingen mee. Om te beginnen moeten we voorzichtig zijn als het gaat om de vraag of het wel anders had gekund; misschien was dit voor God de enige manier of een van de beste manieren om de doelen te bereiken die hij voor ogen had, waaronder het scheppen van de mens en de huidige biodiversiteit. Vervolgens is God ook de God van macht en glorie en het is mogelijk dat juist deze kant van Gods karakter in het evolutionaire proces tot uitdrukking komt. Ten slotte maakt een evolutionair podium het mogelijk voor de mens om moreel of immoreel te leven; het laat ruimte voor echte keuzes, soms tegen onze natuurlijke verlangens in, en dus voor verantwoordelijkheid.