Evolutie en Gods Karakter (2)

Door: Rik Peels
Dit artikel is gepubliceerd op geloofenwetenschap.nl, een initiatief van Forum C
Beeld: via geloofenwetenschap.nl


Deel 2: Een paar reacties die (mij) niet overtuigen

In deel 1 van dit opiniestuk schetste ik het probleem. Aan de ene kant zien we in de wereld om ons heen een evolutionair proces dat al miljoenen jaren duurt en waarin de best aangepasten overleven en de zwakken en zieken vaak weg geselecteerd worden. Aan de andere kant geloven christenen in een God die juist consequent voor het zieke, zwakke en kwetsbare kiest, de God van het kruis. Waarom gebruikt deze God zo’n proces of waarom laat hij het toe? In dit tweede deel schets ik vijf antwoorden die mij niet overtuigen.

Gevolg van kwaad

Een eerste mogelijkheid is dat het evolutionaire proces waarin de best aangepaste overleeft het gevolg is van menselijke zonde of van menselijk kwaad. Natuurlijk bestaan mensen nog maar zo’n 200,000 jaar, terwijl er waarschijnlijk al zo’n 4 miljard jaar leven op aarde is. Het idee van dit eerste antwoord is echter dat God wist dat de mens zich tegen hem zou keren en dat mensen zich tegen elkaar zouden keren en dat hij daarom het evolutionaire proces in werking heeft gezet, misschien als een straf of een waarschuwing. William Dembski, de bekende verdediger van intelligent design, heeft zoiets gesuggereerd in verband met het probleem van het kwaad. Het leidt echter tot allerlei problemen en zelfs contradicties. De mens is immers door een evolutionair proces ontstaan en het is niet duidelijk hoe God zou kunnen voorzien dat de mens gaat zondigen zonder ook het evolutionaire proces te voorzien waardoor die mens zou ontstaan. Bovendien gaat er zoals gezegd zo’n 4 miljard jaar evolutie aan het bestaan van de mens vooraf en die tijdsperiode kan moeilijk als straf of waarschuwing fungeren.

Een variatie op dit eerste antwoord zou zijn dat het evolutionaire proces het gevolg is van de zonde of het kwaad van demonen of gevallen engelen of andere wezens die God noch mens zijn. Iets in deze geest is als mogelijkheid gesuggereerd voor bepaalde gevallen van lijden (zoals overstromingen) door C.S. Lewis en Alvin Plantinga. In dit geval is deze bewering problematisch: het gaat hier immers om het hele evolutionaire proces. Het staat mijns inziens op gespannen voet met het idee dat God de schepper is om het hele proces waardoor de huidige biodiversiteit ontstaan is aan demonen of gevallen engelen toe te schrijven.

Een offer brengen

Een tweede antwoord is dat het evolutionaire proces juist heel goed aansluit bij het karakter van God, omdat in het evolutionaire proces velen hun leven geven voor het leven van een enkeling. Net zoals God bijvoorbeeld in Jezus Christus zijn leven gaf voor velen. En net zoals God van de mens vraagt dingen op te offeren ter wille van de ander. Het probleem met dit antwoord is dat er een cruciaal verschil tussen beide soorten offers is: het offer dat dieren en mensen brengen in het evolutionaire proces is onvrijwillig. Het is simpelweg een biologisch mechanisme dat de zwakken en slecht aangepasten weg selecteert, of ze dat nu leuk vinden of niet. Het offer dat Christus brengt en het offer dat God van mensen vraagt is juist een vrijwillig offer en het is die vrijwilligheid die een dergelijk offer zo waardevol maakt. Ervoor kiezen om je nier te doneren aan een ziek familielid is niet te vergelijken met ontvoerd worden zodat men aan jouw lichaam een nier kan ontfutselen.

Verlossing van de schepping

Ten derde zou iemand kunnen wijzen op bepaalde passages in Romeinen 8: de hele schepping (niet alleen de mens) is in barensnood en zal eens verlost worden. God gebruikt een evolutionair proces zodat ook de schepping zelf verlost kan worden. Probleem is echter dat verlossing of redding in de Bijbel altijd verlossing of redding van schuld is. En de natuur zelf kan er niets aan doen dat de ontwikkeling van biodiversiteit een evolutionair proces is en, zoals we boven zagen, de mens ook niet. Misschien zal er ooit een herstel plaatsvinden in de zin dat de natuur niet meer aan zulke processen onderworpen is en misschien doelt Romeinen 8 daarop. Maar het herstel van de schepping verklaart op zich natuurlijk nog niet waarom er überhaupt een evolutionair proces is.

Een derde macht

Een vierde oplossing zou zijn om te zeggen dat er, naast God en de mens (en demonen en engelen), nog een derde macht is. Misschien andere goden of oerkrachten. Zij zouden dan verantwoordelijk zijn voor de aanwezigheid van een evolutionair proces. Die notie treffen we al aan in sommige Babylonische manuscripten uit de 13e eeuw v.Chr. – hoewel het dan natuurlijk nog niet wordt toegepast op evolutietheorie. Daarna keert het in de geschiedenis telkens terug, zoals in het manicheïsme in de 4e eeuw n.Chr. Het christendom heeft dit idee echter altijd verworpen. God is schepper van alle dingen en schept uit het niets; er was een creatio ex nihilo (wat goed overeenkomt met de huidige bigbangtheorie). Bovendien is God soeverein; hij hoeft geen competitie te voeren met andere machten. Als er wel zo’n derde macht zou zijn en God almachtig is, schuif je het probleem alleen maar op: waarom liet God een dergelijke macht toe en daarmee zo’n evolutionair proces?

Houd de twee gescheiden

Het vijfde en mijns inziens sterkste antwoord – dat mij toch niet overtuigt – zegt dat we niet moeten proberen de twee bij elkaar te krijgen: de God van het kruis is er en er is een evolutionair proces. Of God dat proces in werking gezet heeft, of waarom hij het toelaat, zijn vragen waarop we het antwoord toch niet weten.

Het probleem met dit antwoord is dat het op gespannen voet staat met basale rationaliteitsprincipes en geen recht doet aan de oproep in het christelijk geloof om God ook met je verstand lief te hebben. Misschien is een boedelscheiding de beste optie als alle andere opties problematisch zijn, maar zoals we in het derde en laatste deel zullen zien, zijn er goede alternatieven.


Het vervolg

In deel 3 van dit opiniestuk kom ik met drie oplossingen die mij meer overtuigen. Deze oplossingen hebben te maken met de vraag of er wel betere alternatieven voor een evolutionair proces waren, met andere kanten van Gods karakter, en met de relatie tussen het evolutionaire proces en de mogelijkheid om moreel te handelen.